Op 21 juli 1969 zette de mensheid zijn grootste stap ooit. Neil Armstrong zette toen voor het eerst een voet op een ander hemellichaam. De maanlanding mocht dan wel voortkomen uit een Koude Oorlog met het doel de Sovjets technologisch af te troeven, maar het zorgde wel voor een van de meest historisch significante momenten in onze 10.000 jarige geschiedenis. De Verenigde Naties hebben in 2021 20 juli officieel tot Internationale Dag van de Maan uitgeroepen, als eerbetoon aan Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins en de duizenden knappe koppen bij NASA.
De Dag is niet alleen bedoeld om de maanlanding te herdenken, maar ook om stil te staan bij de grote dingen die we als mensheid kunnen bereiken door samenwerking. De Dag kijkt ook naar de ruimtevaartmijlpalen van andere landen rondom de maan. Denk bijvoorbeeld aan de Russische (onbemenste) maanlandingen, de sondes die Europa erheen stuurde, en zelfs aan mislukte pogingen zoals de Israëlische Beresheet-missie.
Ook is de Dag van de Maan bedoeld om aandacht te vragen voor wat de Verenigde Naties doen op het gebied van ruimtevaartwetgeving. Zo staan we die Dag stil bij het Verdrag Voor Het Vredig Gebruik Van De Ruimte, dat in 1967 werd ondertekend.
De Dag wordt gevierd op 20 juli en niet op de 21e. Dat komt omdat de maanlanding voor de Amerikanen plaatsvond in hun tijdzonde, op de avond van de 20e.
Het is moeilijk inschatten waar de wereld zou zijn zonder geografische informatiesystemen. Nergens, denken wij. De GIS-technologie is een wetenschappelijke raamwork waarmee geografische data kan worden verzameld en geanalyzeerd.
Deze Dag bestaat al sinds 1996. Toen richtte de International Federation of Biomedical Laboratory Science (IFBLS) een Dag op voor hun eigen beroepsgroep.
Als mannen en vrouwen écht gelijk behandeld zouden worden, dan zou ieder werkveld 50-50 verdeeld moeten zijn tussen de seksen. In de wetenschap is dat helaas verre van het geval.